:: Op 13 juni 1957 geboren in Sint-Amandsberg
:: Woont in Mariakerke
:: Sinds 1978 bezieler van het Gents liberalisme
:: Gebeten door Gent, verliefd op zijn stad
:: Sinds 1985 Gemeenteraadslid
:: Tussen 1989 en 2009 (eerste) schepen
:: Tussen 2009 en 2014 Vlaams Volksvertegenwoordiger
:: Tussen 2014 en 2016 Kabinetschef van de
    Vice-minister-president Vlaamse regering
:: Sinds 2013 voorzitter Raad van Bestuur Ugent
:: Levensmotto: Geen angst maar passie

Nieuws

Interview voor Schamper

Interview in Schamper: De politieke zwaargewichten Sas van Rouveroij (Open VLD) en Caroline Gennez (sp.a) plaatsen het financieringsvraagstuk van het hoger onderwijs bovenaan de agenda. Beiden zien een uitbreiding van het onderwijsbudget als hoogst noodzakelijk. Door een verhoging van het inschrijvingsgeld wil de liberale UGent-voorzitter extra middelen binnenhalen. Voor de socialisten is dat no pasaran en zal de Vlaamse overheid de extra centen elders moeten zoeken.

Rond de middag arriveren we mooi op tijd op het secretariaat van de Open VLD-fractie. Daar staat een glunderende Sas van Rouveroij (Open VLD) ons op te wachten. Even later komt ook Caroline Gennez (sp.a) aan. Van Rouveroij: “Mijn excuses dat er geen broodjes zijn. Het is bijzonder sober hier.” Gennez lacht. “Ja, dat ben ik niet gewoon van Open VLD.” Waarop hij ons laat weten: “Ik ben dan ook een atypische liberaal.” De atypische liberaal is sinds dit academiejaar voorzitter van de Raad van Bestuur van de UGent. Caroline Gennez is op haar beurt sinds kort voorzitter van de Universitaire Associatie Brussel (UAB). Beiden combineren een actief politiek mandaat met het voorzitterschap van een grote onderwijsinstelling, beiden staan met één been in het onderwijsveld en met het andere in de politiek. Tot zover de gelijkenissen.

Vanuit de politiek valt te horen dat een verhoging van het onderwijsbudget in de volgende legislatuur weinig haalbaar is. Is die verhoging noodzakelijk?

van Rouveroij: “Er is absoluut nood aan meer financiële middelen. De vraag is natuurlijk vanwaar zo’n budgetverhoging moet komen. Ik betreur het dat de Vlaamse regering de komende jaren naar alle waarschijnlijkheid geen extra middelen zal toekennen voor het departement Onderwijs.”

Gennez: “Er is inderdaad meer geld nodig voor hoger onderwijs, maar stellen dat de Vlaamse regering hiervoor geen ruimte heeft, is wat voorbarig.”

van Rouveroij: “Een verhoging van het onderwijsbudget is mogelijk via een hoger inschrijvingsgeld. Het gaat er mij niet om de kost van hoger onderwijs voor de overheid te verlagen, maar het geld is dringend nodig om meer proffen aan te kunnen werven. Aangezien het geld niet van Vlaanderen zal komen, zullen het de studenten en bij uitbreiding de ouders zijn die meer moeten bijdragen.”


Gennez: “Ik denk dat de verhoging van het inschrijvingsgeld een heel fout signaal zou zijn. Onderwijs is de sociale zekerheid van de 21ste eeuw. De basisopleiding moet kwaliteitsvol, toegankelijk en betaalbaar zijn. Een eventuele verhoging van het inschrijvingsgeld voor MaNaMa’s en dergelijke vind ik wél een debat waard .”


van Rouveroij: “Het gemiddelde inschrijvingsgeld in Europa bedraagt €1.600, in Nederland ligt het rond de €1.700 en in Wallonië €835. Ik ben geen cijferfetisjist, maar het geeft wel aan dat er ruimte is voor een verhoging van het inschrijvingsgeld in Vlaanderen.”


Gennez: “Het inschrijvingsgeld in de ons omringende landen is inderdaad hoger. Daardoor ontstaan echter ook perverse effecten, zoals de toenemende studieschuld en een massale toestroom van Nederlandse studenten aan onze universiteiten. Ik ben zeer argwanend voor de evolutie naar een Nederlands of Brits model.”


van Rouveroij: “Ik pleit ook niet voor een Angelsaksisch model. Wat ik doe is vergelijken met Wallonië, Nederland en het EU-gemiddelde. Bovendien kunnen we voor niet-EU-studenten het inschrijvingsgeld nog drastischer verhogen: voor hen mag het gerust 1000 ŕ 1500 euro bedragen zonder dat dat internationalisering zou verhinderen.”


Wie gaat dat betalen?


Als het extra geld er niet via een verhoging van het inschrijvingsgeld mag komen, vanwaar dan wel?


Gennez: “Door keuzes te maken kunnen we meer middelen voorzien voor Onderwijs. Volgens ons is onderwijs het belangrijkste beleidsdomein van Vlaanderen. Na de staatshervorming komen er ook extra middelen over van het federale niveau. Er is dus zeker ruimte om de onderwijsportefeuille te verrijken.”


Maar het geld dat overkomt van het federale niveau zal minder zijn dan hetgeen de federale overheid nu aan de over te hevelen bevoegdheden besteedt.


Gennez: “Er zijn veel mogelijkheden om de middelen te herzien: zoals de dubbele uitgaven rond energie, het stedelijk beleid... Elke overheid moet zich toespitsen op haar kernbevoegdheden. Vlaanderen moet dan onderwijs versterken en bijvoorbeeld de pensioenproblematiek van lokale ambtenaren overlaten aan de steden en gemeenten.”


In Wallonië is een socialistische regering aan de macht. Toch is het inschrijvingsgeld daar €835. Is zelfs een lichte stijging tot dat niveau niet mogelijk?


Gennez: “Financiële drempels moeten net worden afgebroken in plaats van er nieuwe te creëren. Ik vind dat de maximumfactuur die ingevoerd werd voor het kleuter– en basisonderwijs ook in het hoger onderwijs van toepassing zou moeten worden.”


van Rouveroij: “De verhoging van het inschrijvingsgeld zou zeker geen verhoging van de drempel betekenen, dat lijkt me een loos argument. Ten eerste belemmert een inschrijvingsgeld van om en bij de €600 vandaag de democratisering van het hoger onderwijs niet. Ten tweede toont studiewerk aan dat voornamelijk kapitaalkrachtigere gezinnen profiteren van het lage inschrijvingsgeld. Zo krijg je een zeker mattheüseffect waardoor vooral de financieel sterkere gezinnen en niet zij die het echt nodig hebben van het systeem genieten. Daarom kunnen we de inschrijvingsgelden rustig verhogen. Voorwaarde is wel dat we dan ook het studiebeurssysteem verfijnen. De opbrengst van het verhoogde inschrijvingsgeld moet integraal dienen om meer professoren aan te kunnen werven.”


Gennez: “Er is inderdaad een probleem met de verhouding tussen het aantal studenten en het aantal proffen. Dat probleem kan eventueel verholpen worden door een volledige indexering waarbij de instellingen voldoende middelen krijgen conform het aantal inschrijvingen.”


Uw partij levert al tien jaar de minister van Onderwijs, maar toch werd deze problematiek niet aangepakt?


Gennez: “Het is niet dat er geen veranderingen plaatsvonden wat betreft de financiering van het hoger onderwijs. De middelen voor onderzoek zijn exponentieel gegroeid toen de onderwijsinstellingen daar expliciet om vroegen.”


Overaanbod aan studierichtingen


Hoewel er een nijpend financieringsprobleem is, blijven de instellingen elkaar beconcurreren. Zou men niet beter meer inzetten op samenwerking?


Gennez: “In het hoger onderwijs is er zeker ruimte om te wieden in het aantal richtingen en faculteiten. De universiteiten en hogescholen spenderen ook te veel middelen aan de reclame voor hun opleidingen, dat zou objectiever moeten verlopen.”


van Rouveroij: “Op het niveau van de onderzoeksprogramma’s werken de instellingen al nauwer samen. Maar wat Caroline zegt, is ook waar. Vlaanderen is te klein om alles overal te organiseren: we moeten dat verdelingsvraagstuk onder handen nemen.”


“Onderwijs is de sociale zekerheid van de 21ste eeuw.”


Dubbele petjes


Zorgen jullie nu niet voor een belangenconflict door zowel de spreekbuis te zijn van een onderwijsinstelling als van een politieke partij?


van Rouveroij: “Mijn taak als fractievoorzitter heb ik opgegeven; je bent daar dagelijks mee bezig en het is een zeer wispelturige job die voor een onbeheersbare agenda zorgt. Het zou bovendien ongepast zijn om de ene dag Pascal Smet zijn mantel uit te vegen en de andere dag zoete broodjes voor hem te bakken omdat ik voorzitter ben van de UGent.”


Gennez: “Voor mij hoeft dat geen probleem te zijn. De politiek laat zich te vaak in de hoek zetten. Mocht ik in het Vlaams Parlement zetelen, zou ik het niet ongepast vinden om een thema te verdedigen dat mijzelf sterk aangaat.”


Is het alsnog geen probleem dat jullie als politici in de hoogste regionen van onderwijsinstellingen zetelen?


van Rouveroij: “Als politicus ben ik ervan overtuigd dat ik aan een betere wereld bouw. Wij proberen de samenleving te organiseren via wetten, regels en structuren. In het onderwijs doe je hetzelfde, maar dan voor wie de toekomst vorm zal geven. Als voorzitter van de Raad van Bestuur van de UGent wil ik een biotoop creëren waarin jongeren de kans krijgen hun talenten te ontwikkelen, met oog op een betere toekomst.”


En politici zijn daarin beter geplaatst dan apolitieke figuren?


van Rouveroij: “Politici zijn ook vertegenwoordigers van een maatschappij die jaarlijks miljoenen euro’s investeert in hoger onderwijs. Bij ons staat nu een persoon met liberale roots aan het hoofd van de Raad van Bestuur, bij de UAB dan weer iemand met socialistische achtergrond, enzovoort. Op die manier kunnen verschillende politieke overtuigingen naast elkaar bestaan.”


Gennez: “Het is niet de sp.a, maar wel de UAB zelf die mij vroeg voorzitter te worden. Ik beantwoordde aan het profiel en de bekwaamheid van de persoon primeert toch wel boven de politieke kleur. Er is niets mis met een politieke achtergrond wanneer je in bestuurskaders functioneert.”


van Rouveroij: “Bij mij was dat ook zo: men zocht de meest geschikte persoon, geen liberaal. Maar ik zal niet ontkennen dat dit voor de UGent mooi meegenomen was.”



Terug naar overzicht